Als je iets over jezelf vertelt, op welke vragen geef je dan antwoord?
Ooit las ik ergens de uitspraak: ik wil niet weten hoe groot je auto is,
wat voor werk je doet, in wat voor huis je woont; ik wil weten wat je
verlangen is, wat je dromen zijn, wat je werkelijk beweegt.
In feite is mijn hele website een antwoord op die laatste vragen. Ik
probeer mijn dromen en verlangens zichtbaar te maken in het werk
dat ik doe, zo goed als ik kan, en dat is misschien wel mijn grootste
'eigenheid'. Die levensinstelling kwam niet uit de lucht vallen, en op
deze pagina vertel ik u daarom iets over wat er aan Kimi'mila vooraf
ging.
 |
Op het Grevelingenmeer
april 2007 |
Ik heb een achtergrond als cognitief psychologe en ben gepromoveerd op
een onderzoek naar competentiegericht onderwijs. Hoewel het een
'stevige' achtergrond is, lijkt de relatie met het werken als
ritueelbegeleidster niet zo voor de hand liggend. En dat is ook zo.
Kimi'mila is ontstaan vanuit datgene wat ik niet in de academische
wereld kwijt kon: een diepgevoelde betrokkenheid bij het leven en bij de
mens, met alle mooie en moeilijke dingen die daarbij horen. Kimi'mila is
ontstaan omdat ik een gemis gewaar werd, een gemis dat mij
tegelijkertijd iets vertelde over mijn dromen en verlangens. Kimi'mila
was een 'ja' tegen een innerlijke oproep om werkelijk mooie en
betekenisvolle dingen te doen; om in plaats van wetenschappelijke
artikelen te schrijven mensen iets in handen te geven dat hun harten zou
kunnen raken, om iets te kunnen laten oplichten in donkere tijden. Ik
wist dat ik dit zou kunnen, niet op basis van de opleidingen die ik had
genoten, maar op basis van degene die ik als mens geworden was. Ergens
in mij was er een diepgaand begrip en mededogen gegroeid voor met name
de kwetsbare dingen in het leven, de pijnlijke dingen, de verdrietige en
onooglijke dingen. Tegelijkertijd had ik ook het vermogen ontwikkeld om
te luisteren, om de verhalen van mensen te ontvangen, en om hier
woorden aan te verbinden.
De oprichting van Kimi'mila in 2006 betekende een radicale breuk met
alle dingen die ik daarvoor had gedaan. Het betekende dat ik alles wat
met wetenschap, onderzoek en onderwijs te maken had voorgoed achter mij
liet - zo meende ik althans. Want terwijl ik in mijn werkzaamheden als
ritueelbegeleidster groeide, steeds meer ervaring opdeed, vakgenoten
leerde kennen en naam begon te maken, werd er in mij opnieuw een
verlangen voelbaar. Als ritueelbegeleidster had ik het voorrecht om met
de meest kostbare dingen te werken waarover een mens maar kan
beschikken: de liefde, de herinneringen, het missen, het verbonden zijn met anderen. Ik genoot het vertrouwen van mensen die op een punt in hun leven waren
aanbeland dat ze afscheid moesten nemen van hun dierbaren, en ik had op
mijn beurt het vertrouwen dat ik hen daarbij zou kunnen helpen. En
rondom dat hele proces zag ik dingen gebeuren die zo wonderlijk waren,
zo onuitsprekelijk waardevol, zo heilzaam en helend, dat ik wilde
proberen om te benoemen wat daar nu eigenlijk gebeurde - niet alleen
voor mijzelf maar ook voor anderen. Het was een verlangen dat maakte dat
het plotseling heel vanzelfsprekend was om wederom met de blik van een
wetenschapper te gaan kijken.
Het is vreemd, maar daar waar ik eerder het gevoel had dat de wetenschap
de wereld en het menselijke 'stukmaakt', ontdoet van alle leven en
kostbaarheid, heb ik nu het gevoel dat het niet zo hoeft te zijn. Ik heb
zelfs het merkwaardige gevoel dat de wetenschap wellicht een hoeder kan
zijn, een schatbewaarder van die dingen die we als mens zo waardevol
vinden. Want natuurlijk is het zo dat de wetenschap niet op zichzelf
bestaat, maar vorm krijgt door de mensen die ermee bezig zijn. Het is de
mens die de wetenschap draagt, die bepaalt hoe onderzoek wordt gedaan.
De vraag die ik daarom aan mezelf stel, is niet: "Wat is wetenschap?",
maar: "Wie ben ik als mens?" En met die vraag wordt alles plotseling
weer heel eenvoudig.

Naar boven